Een nieuwe gesproken column van milieudeskundige Joost Kievit, dit keer gaat het over gewasbescherming.
Transcriptie:
Gewasbescherming. Boeren, tuinders, fruittelers en ook hobbytuinders beschermen hun gewas. Al van oudsher. In de tijd dat mensen overgingen van jagen en verzamelen naar het verbouwen van voedsel gebeurde dat al. Gewassen werden beschermd tegen vraat van allerlei dieren en concurrentie van ongewenste planten. Ik ben een zogenoemde hobbytuinder en als de hazen m’n boontjes op komen vreten, bescherm ik ze met een stukje gaas. Gewasbescherming is logisch, volstrekt acceptabel en het klinkt sympathiek. Maar in de geïndustrialiseerde landbouw doen we dat met chemische middelen. Landbouwgif dus. En dat is een ander verhaal
Bestrijdingsmiddelen werden ze altijd genoemd. Ik heb er vroeger in m’n werk veel mee te maken gehad. Vele honderden kilo’s verboden middelen in beslag genomen. Op grond van de bestrijdingsmiddelenwet. Tal van piloten van helikopters en vliegtuigen bekeurd omdat ze het Besluit vliegtuig toepassingen bestrijdingsmiddelen overtraden. Als een piloot de gif kraan niet op tijd dicht zette, dan spoot hij sloten, wegen, huizen, auto’s, ja zelfs een keer een moeder met een kinderwagen onder de bestrijdingsmiddelen.
Bestrijdingsmiddelen was de gangbare term. Tot de industriële landbouw een imago probleem kreeg. en charme offensief nodig was. Bestrijdingsmiddelen moesten voortaan gewasbeschermingsmiddelen heten. Gewasbescherming klinkt natuurlijk veel beter, maar gif blijft gif.
En laten we wel wezen als die middelen in grote getale in het water zitten, moet je dan nog over de bescherming van gewassen spreken? Of in Natura2000 gebieden. Een onderzoeker van de Vlinderstichting onderzocht 10 van onze zwaarst beschermde natuurgebieden en trof 51 verschillende bestrijdingsmiddelen aan. De publicatie leverde de onderzoeker een bedreiging met dood op, maar dat terzijde. Op de akker zou je kunnen spreken over gewasbescherming, maar die gifstoffen bestrijden ook daarbuiten planten en dieren. En het gaat nog veel verder.
Gewasbescherming in de urine van mensen? Op je bord? In het hersenvocht van baby’s? Of in de slaapkamer van boeren? Onderzoek toonde 113 verschillende middelen aan in die slaapkamers. Cynisch was wel dat er stoffen bij zaten die de vruchtbaarheid aantasten. De term gewasbeschermingsmiddelen is dan niet op z’n plaats. Je zit dan eerder te denken in de richting van voorbehoedsmiddelen. Heb je weleens gehoord van het stofzuigeronderzoek? De meeste mensen niet. Men verzamelde de stofzuigerzakken van boerengezinnen en onderzocht de inhoud op de aanwezigheid van werkzame stoffen van bestrijdingsmiddelen. 144 was het resultaat. 144 verschillende gifstoffen in de huiskamers van boeren. Daar zitten stoffen bij die het hormoonstelsel aantasten, inwerken op het zenuwstelsel of kankerverwekkend zijn. En daar kruipen baby’s rond die dat inademen en in hun mond steken. Wat houden die kinderen daarvan over? We weten het niet, maar ik ben er niet gerust op.
Ik vertelde het verhaal over het stofzuigeronderzoek pas geleden in een groep. Een boerin zei: Ik wil ’t niet horen . Wij vertrouwen op de Ctgb.” Ctgb staat voor Commissie toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Zij beoordelen bestrijdingsmiddelen en bepalen namens de overheid of ze gebruikt mogen worden. Logisch dat boeren daarop vertrouwen. Een betrouwbare overheid zou vanzelfsprekend moeten zijn. Toch is daar het nodige op af te dingen.
Om te beginnen is er een ellenlange lijst van middelen waarvan de toelating is ingetrokken. Vaak omdat achteraf bleek dat ze toch een gevaar voor de gezondheid van mensen vormen. Mensen zijn er dan wel al jaren aan bloot gesteld. De toelatingscommissie beoordeelt een enkele werkzame stof. Nooit een mix van stoffen. Als je kijkt wat er in slaapkamers, huiskamers en de natuur aan gifstoffen voorkomt, dan gaat het altijd om een cocktail. Wat de combinatie van gifstoffen doet, weten we niet. Het onderzoek dat bij de beoordeling van middelen wordt gebruikt is niet onafhankelijk. Dat wordt aangeleverd door de fabrikanten en die hebben grote financiële belangen. De praktijk leert ook dat sommige producenten van bestrijdingsmiddelen zich gedragen als criminele organisaties die de negatieve effecten voor mens en milieu verzwijgen, bagatelliseren en verdoezelen, ja zelfs vervalsen. Dan is onze toelatingscommissie ook nog door het Europese hof van justitie terechtgewezen. Ze doen hun werk niet goed. Ze moeten de laatste stand van de wetenschap meenemen in hun oordeel.
De diverse kankersoorten, Parkinson en andere vreselijke ziektes waarbij een verband met bestrijdingsmiddelen wordt vermoed, openbaren zich vaak pas na decennia. Direct verband is dan moeilijk aan te tonen, maar dat wordt wel steeds duidelijker. Voorzichtigheid is geboden. Bestrijdingsmiddelen zijn nooit veilig. Een verzachtende term als “gewasbeschermingsmiddelen” is misplaatst en het maant niet tot voorzichtigheid. Het is en blijft gif, noem het dan ook zo.
