Gerda van Wageningen (73) schreef al 125 boeken: ‘Zolang de bovenkamer helder blijft, blijf ik doorgaan’

Gerda van Wageningen (73) uit Oud-Beijerland schreef al 125 streekromans, die bij elkaar al meer dan 25 miljoen keer zijn uitgeleend in de bibliotheek. Een uit de hand gelopen hobby, zegt ze zelf: “En eerlijk gezegd voelt het na veertig jaar nog steeds zo.”

Van Wageningen schrijft onder meer hedendaagse romans, maar haar voorkeur gaat uit naar historische romans. “Daarin vertel ik graag over de geschiedenis van de Hoeksche Waard en Schouwen-Duiveland, waar mijn familie vandaan komt.”

De aanleg voor het schrijven bleek al op school, waar ze haar hand niet omdraaide voor een opstel of een werkstuk. “Toen mijn zoon naar de kleuterschool ging, wilde ik dat er eens iemand naar mijn verhalen zou kijken zodat ik mezelf zou kunnen verbeteren. Ik heb dat naar een uitgever gestuurd en dat is uiteindelijk mijn eerste boek geworden.”

En daar bleef het niet bij. De uitgever vroeg vrijwel meteen om een tweede boek. “Zo’n kans krijg je maar één keer in je leven, dus daar zet je je volledig voor in.”

Lage leesdrempel

Inmiddels is boek 125 klaar om uit te geven en zijn ruim 2,5 miljoen boeken verkocht. “Dat is heel vleiend”, zegt Van Wageningen. “De ijdelheid van de schrijver is toch dat-ie gelezen wil worden. Ik beleef er zoveel plezier aan om de boeken te schrijven. Dan is het fijn om te beseffen dat anderen plezier beleven om ze te lezen.”

Een van de pijlers van haar succes noemt ze de lage leesdrempel van haar boeken. “Geen lastige zinsconstructies, geen moeilijke woorden. Ze zijn heel toegankelijk.”

Liefde voor geschiedenis

Inspiratie haalt ze voornamelijk uit de geschiedenis, iets wat haar erg interesseert. “Jarenlang leverde ik drie boeken per jaar af, maar soms ruim ik ook een half jaar in voor historisch onderzoek dat ik in meerdere boeken kan gebruiken. Ik vind het belangrijk om dat goed te doen. Ik ben op zoek naar de geschiedenis waar de historicus zijn neus voor ophaalt: de kleine geschiedenis, de gewone mensen en het dagelijks leven.”

Daar verwerkt zij vervolgens streek-eigen onderwerpen in, zoals gebeurt bij een trilogie waar ze nu mee bezig is. “Die gaat over de biezen- en rietcultuur in de Hoeksche Waard. Het eerste deel gaat over begin vorige eeuw, een tweede deel zal gaan over de crisisjaren en het derde deel heeft te maken met de deltawerken, toen veel biezen en riet is gebruikt voor de aanleg van dijken en dammen.”

Ook de Watersnoodramp komt uitgebreid aan bod in haar boeken. Het meest trots is ze op ‘Het water komt’, waarvoor zij inspiratie heeft gehaald uit haar eigen familieverhaal. “Mijn nichten op Schouwen-Duiveland zaten dagenlang op het dak vanwege het water. Dat is heel bijzonder.”

Deeltijdpensioen

Een vertrek uit de Hoeksche Waard om elders inspiratie op te doen voor nieuwe verhalen, ziet ze niet voor zich. Net als dat ze van geen ophouden weet. 

“Ik doe aan deeltijdpensioen, dus ik werk al minder hard dan vroeger. Maar ik vind het leuk om te doen, dus waarom zou ik het laten? De uitgever geeft ze nog graag uit. Zolang de bovenkamer helder blijft, blijf ik doorgaan.”

Zes weken lang trekken de verslaggevers door de regio tijdens de Zomertoer, Bestemming Rijnmond. Deze week wordt de Hoeksche Waard uitgelicht op tv, radio, de website en sociale media. De verhalen en reportages zijn hier terug te vinden.