In memoriam: Jan Bouma 1923 – 2020

Veelzijdig programmamaker en oud-hoofdredacteur

Bij de zojuist tot legale lokale omroep gepromoveerde piratenzender Binnenmaas Omroep Stichting (BOS) meldde zich begin 1986 het echtpaar Jan Bouma en Rie Verhage uit Mijnsheerenland. Deze zestigers waren met vervroegd pensioen en zochten een zinvolle tijdspassering. Jan en Rie werden met open armen binnengehaald en gingen voortvarend aan het werk.

Hun uitvalsbasis was het programma voor ouderen, De Tweede Helft, aan het eind van de zaterdagmorgen. De ideeën voor talrijke informatieve programma’s borrelden op en werden uitgevoerd. Politiek, cultuur, nieuws en alles wat het bespreken waard was kwam aan de orde. De voormalige vrijgevochten piraten wilden plaatjes draaien voor een miljoenenpubliek, Jan en Rie stonden met beide voeten op de grond en richtten zich met alles wat zij interessant vonden op de inwoners van Binnenmaas en later heel de Hoeksche Waard.

Jan Bouma werd hoofd van de afdeling informatie en bond veel goede medewerkers (onder wie vrouwen) aan zich en dus aan de omroep. De cultuurstrijd met de piraten kende enkele erupties maar verflauwde toen bleek dat de gekozen aanpak – serieus en betrouwbaar – vruchten afwierp. Jan werd na enige tijd hoofdredacteur van de omroep en in die hoedanigheid adviseur van het bestuur.

Daar werd verbaal menig robbertje gevochten, maar uiteindelijk was iedereen het erover eens dat de BOS de kern moest zijn van een lokale omroep voor heel de Hoeksche Waard, serieus genomen door politiek en bestuur en alle instellingen en verenigingen op het eiland. Dat Jan in een vorige loopbaan chef-redacteur was geweest van Het Vrije Volk hielp hem wel. Net als zijn voorzitterschap van een woningbouwvereniging en het directeurschap van een verzorgingshuis.

Hij was een doorgewinterde organisator, ijverig, plichtsgetrouw, creatief, driftig en een beetje ongeduldig. Wie met hem werkte leerde precies te zijn en op tijd. Het nakomen van afspraken was de norm. Jan had wel het vermogen om te bewonderen, maar als hij gasten nodig had voor om het even welk programma maakte het voor hem niet uit wie hij moest bellen. En ze kwamen allemaal, burgemeesters, wethouders, Tweede Kamerleden, ministers, de vrouw van een premier, hoogleraren, rechters, officieren van justitie, maar ook de ‘gewone’ mensen met een verhaal.

Kenmerk van Jan Bouma, die op 25 juni 2020 op 96-jarige leeftijd overleed in Rhoon waar hij de laatste periode van zijn leven woonde, was dat hij geïnteresseerd was en kon luisteren. Hij ging het gesprek aan. Het was wel een primitieve tijd voor programmamakers. De opnamen werden vastgelegd op cassettebandjes die met een balpen werden scherp gezet. De technici moesten vingervlug zijn want er was nog bijna niets automatisch.

Veel toenmalige medewerkers hebben bewust en onbewust veel opgestoken van Jan Bouma en zijn vrouw Rie Verhage (overleden in 2014). Al was het maar dat enorme ruzies geen gevolgen hoeven te hebben. Jan en Rie konden elkaar bijna naar het leven staan als de zaak een fractie van een seconde uit het lood ging, als een woord wegviel, of een andere futiliteit ergernis wekte. Verbaal gingen zij vrijwel wekelijks de krachtmeting aan, maar na afloop wandelden zij arme in arm naar de auto, voor de terugreis naar Mijnsheerenland. Hun drift betrof de zaak en niet de persoon.

Jan was royaler met lof dan Rie. Als zij belde sloop er meestal wel een beetje venijn in haar oordeel, al kon ook zij grootmoedig prijzen. Zij waren al dik in de zeventig toen zij plaats maakten voor anderen. De manier waarop zij hun hobby bij de omroep invulden was die van een nauwgezet geplande volledige werkweek voor beiden. Maar helemaal loslaten konden zij het lange tijd niet.

Aan het begin van deze eeuw kwam Jan Bouma met het idee om nog een keer iets te doen met de Tweede Wereldoorlog. Hij vond dat delen van een in 1995 uitgezonden documentaire (gemaakt door Piet Stoof – ook oud-hoofdredacteur – en Jan Robbemond) best kon worden hergebruikt. Programmamaker Arco van de Ree en muziekpresentator Ton Oosterveld pakten de handschoen op.

Binnen de kortste keren kregen zes uitzendingen vorm. Die werden vastgelegd op cd’s en verpakt in een cd box in de handel gebracht. Tevens werd de box ingestuurd voor de jaarlijkse wedstrijd van de organisatie voor Lokale Omroepen in Nederland (Olon). Deze box won in 2005 de prijs voor het beste lokale programma van Nederland.

Een bus vol medewerkers was afgereisd naar Hilversum waar de prijsuitreiking zou zijn. De uitslag was nog niet bekend, maar de Hoeksche Waarders waren er vast van overtuigd dat die prijs hun niet kon ontgaan. Dat bleek een juist oordeel. Het was de bevestiging van de kwaliteit van Omroep Hoeksche Waard en een grote persoonlijke triomf voor de ideeënrijke Jan Bouma.

Hij heeft jarenlang voor Rie gezorgd, die uiteindelijk terechtkwam in de Egmontshof en leed aan Alzheimer. Dat bracht Jan Bouma ertoe om het Odensehuis Hoeksche Waard op te richten. Maar eerst volgde hij colleges aan

de Erasmus Universiteit bij hersenonderzoeker Dick Swaab. Wamt, zo zei hij: ,,Als ik ergens niets van weet, verdiep ik me erin.’’ Het Odensehuis ging in 2014 open, kort na het overlijden van Rie. Het werd een enorm succes en mede dankzij de inspanningen van Jan Bouma verscheen er na enige tijd een promotieboekje met de titel ‘Een twinkeling in de ogen’.

Jan Bouma werd beloond met het waarderingsgeschenk van de gemeente Binnenmaas, hij kreeg een koninklijke onderscheiding en hij was prominent aanwezig in de documentaire ‘De geboorte van het legioen’ van Andere tijden sport. Die documentaire ging over de reis van Feyenoordsupporters in 1963 naar de uitwedstrijd tegen Benfica.

De tocht, met twee passagiersschepen, werd georganiseerd door Jan Bouma, toen nog redacteur van Het Vrije Volk. Het was een legendarische trip, zo blijkt uit de fascinerende documentaire. Na zijn 89ste volgde een soort zegetocht voor Jan Bouma, die als negentiger in een opiniestuk in NRC Handelsblad de landelijke discussie aanzwengelde over het verdwijnen van verzorgingshuizen.

Zijn (laatste) inspanningen voor de omroep dateren van een jaar of vijftien geleden. Maar toen hij nog in Mijnsheerenland woonde, luisterde hij vaak, naar Ton Oosterveld en Nederlandstalige Programma’s. Het liefst hoorde hij ‘Een roosje, m’n roosje’, het lievelingslied van Rie dat hem elke keer weer ontroerde.

Jan Bouma was in de beginfase van wat later Omroep Hoeksche Waard zou worden van onschatbare betekenis voor de opbouw van vorm en inhoud, bestuurlijke geloofwaardigheid en een positieve uitstraling. De echo’s van wat hij deed weerklinken nog altijd


Beluister hier ook het interview met Arco van de Ree