Bouwen aan een groene en vitale Hoeksche Waard

bord hoeksche waard anwb

Wat willen we met de Hoeksche Waard? De afgelopen maanden verschenen geregeld pleidooien in de media voor meer woningbouw in de Hoeksche Waard. De vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL)wil deze pleidooien gaarne nuanceren en daarnaast aandacht vragen voor het behoud en de verbetering van de landschappelijke- en ecologische kwaliteiten van het buitengebied van de Hoeksche Waard. HWL ziet de ontwikkeling primair richten op de waarden landbouw, landschap, natuur. Woningbouw en infrastructuur dienen in redelijke verhouding te staan tot deze waarden. Verstening van belangrijke delen van de Hoeksche Waard dient voorkomen te worden.


Toelichting:
Op 7 november jongstleden vond de eerste Woontop plaats. Doel was te praten over de vergrijzing en de demografische onbalans die dreigt te ontstaan tussen jong en oud. Daarnaast verschijnen met enige regelmaat pleidooien in de media voor meer bouwen.
De gemeente wil gezinnen naar de Hoeksche Waard lokken om daarmee voorzieningen, scholen, verenigingen en de mantelzorg te redden. Meer bouwen dus. Als redenen voor jonge mensen om naar de Hoeksche Waard te komen worden de kwaliteiten van ons eiland genoemd: de rust, de ruimte, het dorpse karakter, de prachtige natuur.
De gemeente voelt zich verantwoordelijk voor het behoud van genoemde kwaliteiten, maar hoe verstening daar aan bij kan dragen is niet verder uitgewerkt.Of het lokken van jonge mensen daadwerkelijk helpt is de vraag. We zagen al eerder dat er slechts sprake is van een tijdelijke opleving. Begin jaren zeventig kwam de grote intrek vanuit de stad op gang dankzij de opening van de Heinenoordtunnel. Dorpen, scholen, verenigingen barstten uit hun voegen. Wonen buiten de stad kwam in de mode. Nu zien we echter na die drukke jaren dat dorpen flink zijn gegroeid, maar dat desondanks de voorzieningen in de kleinere dorpen grotendeels zijn verdwenen, dat scholen soms voor meer dan de helft zijn ingekrompen of gesloten en dat hier en daar verenigingen op sterven na dood zijn. In de praktijk zijn de de dorpen na de schaalvergroting in de landbouw en de opening van de Heinenoordtunnel slaapdorpen geworden. De gemechaniseerde en gedigitaliseerde landbouw biedt nauwelijks werkgelegenheid meer en wie in de stad werkt (e) blijft dit doen.

De Hoeksche Waard moet vitaal blijven. Echter, wat men onder vitaliteit verstaat blijft onduidelijk, want dit begrip kom je als passe partout overal tegen. Is een onbewoond Waddeneiland zoals Rottum dat barst van het leven vitaal of niet? Is een woonomgeving vitaal als er een supermarkt en een school is? Of is daar meer voor nodig?

Meer bouwen?
De vraag is dan ook of meer mensen naar de Hoeksche Waard halen het juiste antwoord is op de effecten van vergrijzing, gezinsverdunning en trek naar de stad. Niet het getal is bepalend, maar de levensstijl, de sociaal-demografische ontwikkeling.
Daarin speelt de schaalvergroting door bedrijven en banken en de digitalisering een grote rol. Beseft moet ook worden dat door de eeuwen heen de trek naar de stad heeft overheerst. Ook nu nog zie je dat nog gebeuren in veel regio`s en landen. Voorts hebben we te maken met het mobiliteitsvraagstuk. Het woon- werkverkeer kost geregeld veel tijd. Dat houdt mensen tegen om hierheen te komen.
Je kan natuurlijk werk en uitgaansleven in de Hoeksche Waard gaan bevorderen, maar voor je het weet word je dan een deel van de zuidvleugel van Rotterdam en zelfs dan zal men toch voor winkelen en uitgaan naar het stadscentrum trekken. De A4 doortrekken wordt vaak als oplossing genoemd voor de ontsluitingsproblemen, maar hiermee zet je ongetwijfeld de poort open naar urbanisatie. Daarmee verlies je de kwaliteiten die het gemeentebestuur nu juist zegt te willen behouden.

Natuur en landschap robuust maken.
Welke kan het ook opgaat, feit is dat rust, ruimte en landschappelijke kwaliteit zaken zijn die wonen in de HW aantrekkelijk maken. De gemeente wil deze waarden behouden, maar er is meer. Nadere beschouwing leert dat de omgeving dan wel een groene indruk maakt,maar dat de biodiversiteit te wensen overlaat. Dat heeft alles te maken met de inrichting en het beheer van het buitengebied. Nu zijn er tendenzen in de goede richting, maar het gebeurt nog maar mondjesmaat. Ecologisch beheren van bermen en taluds begint hier en daar bon ton te worden. Projecten als HWZoemt en Deltaplan Biodiversiteitsherstel zijn goede aanzetten en ook bij waterschap en provincie zijn veranderingen merkbaar. Er moet echter nog heel veel gebeuren. In de ideale situatie hebben we straks bloemrijke bermen en dijktaluds, meer water in de polder met op grote schaal gevarieerde land-waterovergangen, natte kreekbegeleidende graslanden, polderbosjes met besdragende struiken,hier en daar meidoornhagen, vismigratiemogelijkheden tussen binnen- en buitenwater en flexibel peilbeheer en dieper water in sloten en kreken.
Al deze elementen vormen een groen-blauwe dooradering van een vitaal landbouwgebied waarin een natuurinclusieve landbouw floreert. Daar moeten we allemaal ons steentje aan bijdragen. Burgers, maatschappelijke organisaties, natuurbeheerders, boeren en zeker ook overheden.

Hoe houden we de balans?
En als die jonge gezinnen dan straks moeten kiezen tussen in de auto stappen naar het bos of wandelen, zonnen en poedelen in een nog mooiere Hoeksche Waard, dan is de keuze steeds makkelijker. Gemeente en samenleving hebben de keuze kennelijk nog niet klip en klaar gemaakt. Is de ontwikkelingsrichting van de Hoeksche Waard landschap, landbouw, natuur en wonen met de Oude Maas als grens van de verstedelijking, onderdeel van de open Delta dus? Of wil men langzaam urbaniseren en de Hoeksche Waard zien als onderdeel van de Rotterdamse agglomeratie. Of zit het zo`n beetje daar tussenin?Hoe men de balans tussen meer bouwen en behoud en verbetering van landschappelijke kwaliteitengestalte wil geven blijft in het vage. Het wachten is op een integrale visie daarop.

reageer: webredactie@hwl.nl