NMZH teleurgesteld over afschot Zuid-Hollandse roeken

Vorig jaar stelde de rechter de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) en andere natuurorganisaties in het gelijk en werd een ontheffing van de provincie Zuid-Holland voor het afschot van roeken vernietigd. Nu heeft de Raad van State in een hoger-beroep-zaak bepaald dat de roek toch geschoten mag worden. De NMZH is erg teleurgesteld over deze uitspraak en vreest dat roek – die nu al zeldzaam is in Zuid-Holland – hierdoor nog schaarser zal worden.

Uitspraak rechtbank teruggedraaid
Nadat de provincie Zuid-Holland in 2016 een vergunning verleende voor het afschot van roeken om schade aan landbouwgewassen tegen te gaan, tekende de NMZH samen met 15 lokale natuurorganisaties hiertegen beroep aan. Ook de Faunabescherming ging tegen deze ontheffing in beroep. De belangrijkste kritiekpunten waren dat de roek achteruitgaat en in Zuid-Holland slechts in kleine aantallen voorkomt, en dat de schade aan de landbouw die deze kraaiachtige vogel veroorzaakt slechts zeer beperkt is. De rechter stelde de natuurorganisaties in het gelijk en vernietigde in 2017 de ontheffing van de provincie. De Faunabeheereenheid Zuid-Holland, de organisatie waar onder andere de jagers en agrariërs deel van uitmaken, ging echter tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State heeft de Faunabeheereenheid grotendeels in het gelijk gesteld, waardoor de vernietiging van de ontheffing door de rechter is teruggedraaid en de roeken dus geschoten mogen worden.

Afschot ingeperkt
Ondanks dat de Raad van State het afschot van roeken nu toestaat, zijn er door de juridische procedure van de natuurorganisaties wel beperkingen opgelegd. Zo moest de provincie bekennen dat er veel minder roeken in Zuid-Holland voorkomen dan waar zij aanvankelijk vanuit ging (850 broedparen in plaats van 2.000) waardoor zij bepaald heeft dat er maximaal 40 roeken per jaar afgeschoten mogen worden. En de Raad van State was het met de rechtbank eens dat voor een aantal delen van Zuid-Holland (Alblasserwaard West, Goeree-Overflakkee, Voorne –Putten en IJsselmonde) onvoldoende is onderbouwd dat roeken voor landbouwschade kunnen zorgen, hier blijft afschot daarom wel verboden.

Uitspraak

De rechter oordeelde vorig jaar dat de provincie niet had aangetoond dat het verlenen van deze ontheffing noodzakelijk is. Ook had de provincie de concrete dreiging van belangrijke schade niet onderbouwd. Bovendien meende de rechtbank dat door de provincie niet aannemelijk was gemaakt dat de staat van instandhouding van de roek niet zal verslechteren door het afschot. Het besluit werd daarop door de rechtbank vernietigd. De Raad van State is het daar echter niet mee eens en ziet geen problemen in het toestaan van afschot om daarmee landbouwschade tegen te gaan. De NMZH is erg teleurgesteld met deze uitspraak en vindt het onbegrijpelijk dat een vogel die zo schaars is en achteruitgaat geschoten mag worden om incidentele, kleine landbouwschade te voorkomen. De roek zou volgens de NMZH juist extra beschermd moeten worden om verdere achteruitgang tegen te gaan.